Mijn lievelingsknuffel toevertrouwd aan mijn vader

Kees

Als kind van anderhalf jaar werd ik ziek en ik werd opgenomen in het ziekenhuis. Het bleek dat er meerdere ontstekingen in mijn longen waren en al snel gaven de artsen mijn ouders geen hoop meer. Mijn vader leverde me af en hij had er erg moeite mee om zijn kleine peuter achter te laten.

Ik weet het natuurlijk zelf niet meer, maar mijn vader vertelde me dat ik op dat moment mijn lievelingsknuffel aan hem gaf. En het schoot door zijn gedachten: “zoals mijn jongetje zijn knuffel toevertrouwd aan zijn vader zo moet ik dat ook doen!”. Het heeft hem echt geholpen!

[hier was afbeelding. Die zoek ik nu in archieven om te herplaatsen]

Dat weekend lag ik op sterven. In die tijd was het blijkbaar niet gebruikelijk dat ouders dan bij hun kind bleven, want mijn ouders mochten op zondagmorgen de arts bellen. Mijn vader deed dat (dat was in 1956 dus hij zal een telefooncel gezocht hebben) en hij kreeg de kinderen van de arts aan de lijn, die hem vertelden dat hun vader er niet was “want die was bij een heel ziek kindje wat sterven ging”.

Die zondag om een uur of half elf zag de arts dat ik ging zitten. De arts dacht dat dat de laatste opleving voor de dood was (komt meer voor) en lette extra op. Maar ik heb wat gedronken en ben toen in slaap gevallen. ‘s Middags was de koorts weg en leek ik genezen. De ontstekingen waren inderdaad compleet weg. Alleen littekenweefsel getuigt er nog van. Later bleek, dat ik rechtop ben gaan zitten op het moment dat in de kerk voor mij gebeden werd…

We hebben een Grote God!!! Ik ben altijd astmatisch gebleven; het leven van een kind van God gaat ook niet over rozen, maar ik heb me vaak in dankbare verwondering afgevraagd waarom de Here God mij destijds gepaard heeft.

Je was een ongelukje

Renske

Ik ben niet gelovig opgegroeid. Als kind ben ik sexueel misbruikt door een vriend van mijn ouders en later ook door mijn broer en mijn zus. Mijn moeder heeft mij altijd afgewezen, ze zei altijd “Je was een ongelukje, je bent een ongelukje en je zult ook altijd wel een ongelukje blijven”. De enige die wel om me gaf was mijn vader maar die was altijd aan het werk of aan het vissen. Hij was in ieder geval maar weinig thuis.

Mijn zuster heeft mij ook altijd onderdrukt op allerlei manieren.
Ik heb mijn verleden heel lang verdrongen, ik wist er echt helemaal niets meer van.

Ik ben twee keer getrouwd. Bij mijn eerste man had ik twee kinderen en door hem werd ik ook geslagen en verkracht. Mijn tweede man was heel zacht, hij leek qua karakter wel een beetje op mijn vader. Samen met hem kreeg ik nog vier levende kinderen en drie kinderen die of tijdens de zwangerschap of vlak na de geboorte zijn overleden. Dus ik heb zes kinderen in leven. Toen mijn jongste twee was kreeg ik mijn herinnering van mijn verleden pas weer terug.

Ik ben toen voor dagbehandeling opgenomen geweest bij het psychiatrische zorginstelling Riagg, omdat ik het niet kon verwerken. Toen ik daar in behandeling was wilden ze sneller met de behandeling door dan voor mij goed was en toen heb ik heel veel medicijnen opgespaard, want ik zag het leven niet meer zitten. Ik wou dat weekend een eind aan mijn leven maken want, zo redeneerde ik, mijn man en kinderen waren beter af zonder mij, ze hadden toch alleen maar last van mij.

Van een vrouw die bij mij in de behandelingsgroep zat hoorde ik dat de christelijke zanggroep Continental Singers bij ons in de buurt zouden optreden. Dat was op de zaterdag van het weekend dat ik een eind aan mijn leven wou maken. Ik was in mijn jeugd ook een keer met een vriendin naar de Continental Singers geweest en had daar heel erg van genoten, dus wou ik er ook nu graag even heen, maar door allerlei omstandigheden leek het er op dat dit niet zou gaan lukken tot een huisvriend dat hoorde en allerlei mensen ging bellen, toen was het zo geregeld dat ik toch heen kon gaan. Dat heb ik gedaan en tijdens die dienst leek het wel of de preek tegen mij persoonlijk gesproken werd en was het net of er een warme hand om mijn hart werd gelegd.

Ik heb die avond mijn leven aan de Heer gegeven en zo heeft Hij mijn leven letterlijk en figuurlijk gered. Ik ben God daar heel erg dankbaar voor.

Ik ben bij het Riagg ook gestopt met de behandeling want ik had echt zoiets van als God er niet geweest was dan was ik door hun toedoen nu dood geweest. Ik ben later nog wel in behandeling gegaan bij een christelijke instantie.

Ik ben heel lang eigenlijk een baby geweest bij God, maar sinds kort mag ik ook mijn krachten inzetten in dienst van God. Ik ben kort nadat ik tot geloof gekomen (dat is inmiddels twaalf jaar geleden) ben bij christelijke vrouwen organisatie Womans Aglow gekomen waar ik elke maand naar de open ochtenden ging. Daar is ook heel veel voor mij gebeden. Sinds kort ben ik gastvrouw geworden bij Aglow en nu heb ik zelfs een bestuursfunctie gekregen en mag binnenkort de website van Aglow Nederland beheren. Daarvoor heb ik voor onze eigen afdeling de website gemaakt en in beheer. Dus nu mag ik de Heer op een andere manier dienen.

Ik ga ook het volgend seizoen bezig als kringleidster in mijn eigen kerkgemeente. Ik had nooit gedacht dat ik dit allemaal ooit zou kunnen doen want ik had een heel lage eigendunk, maar God heeft mij genezen en mij mijn eigenwaarde teruggegeven.

Dit was mijn getuigenis. God is Groot, hij heeft zelfs mij doen opbloeien.

Spaanse eieren

Henk’s verhaal

Graag wil ik vertellen hoe ik een heel bijzondere gebedsverhoring heb meegemaakt. (Ik zeg er bij dat ik vele vele keren verhoring op mijn gebed mag ervaren!) Maar wat ik nu ga vertellen… Wat is God Groot en Machtig! En je kunt er ook nog om lachen ook! Hier komt mijn verhaal:

Ik was met mijn zoon en z’n vriendin, en nog andere jongelui met vakantie in Spanje. Wij reden met de auto van mijn zoon in de bergen. Ik zat op de achterbank, en mijn zoon achter het stuur, en z’n vriendin naast hem. Zoonlief was heel saggereinig. Misschien ruzie gehad met z’n vriendin. Maar hij reageerde af op z’n rijgedrag. Scheuren door die kleine weggetjes langs de diepe afgrond. Dan was er weer een onoverzichtelijke bocht langs de steile bergwand. Ik was doodsbang! En wat doe je dan? Bidden natuurlijk! Ik zei tegen de Heer (in mijn gedachten) Heer, doe er toch es wat aan. Dit komt niet goed zo! En nu komt het…

Opeens staat er een oud vrouwtje bij de weg met in haar handen een stapel kartonnen platen met eieren. Ze wilde graag liften. Och zei m’n zoon “Laat ik dat vrouwtje maar meenemen.” Hij stopt, ik doe de achterdeur open, en zij gaat met haar stapel eieren naast mij zitten. Mijn zoon rijdt weg, heel rustig… En hij vraagt aan mij: “Gaat dat goed daar achter met die eieren Pa? Ik zei: ja hoor, als je maar rustig aan doet jongen. En dat deed hij! En wat deed ik? In mijn hart dankte ik de Heer dat Hij mijn gebed op zo een wonderbare manier verhoord had!