Conclusie onderzoek: God bestaat

Vincent

Van huis uit ben ik niet christelijk opgevoed. In de periode april, mei en juni 2005 deed ik onderzoek binnen een charismatische evangelische kerk. Dat was in het kader van mijn eerdere studie Culturele Antropologie. Beter bekent als Volkenkunde.

Eén van de redenen dat ik die kerk als thema van onderzoek koos, was dat ik zelf veel familieleden heb in de zending, maar ik weinig van hun handelen begreep.

Ik zag veel genezingsdiensten, maar ik vroeg me toch af of het echt was. Was het geen acteerwerk? Dan komt er bijvoorbeeld een acteur in een rolstoel binnen rijden en na de dienst is hij “genezen”. Halleluja!

Er kwam een einde aan mijn onderzoek binnen die gemeenschap. Maar omdat mijn nieuwsgierigheid nog niet gestild was, besloot ik die zondag, op 3 juli 2005, daarna nog één keer naar de kerk te gaan.

Die avond was er een jongerendienst. Je moet je voorstellen. Honderden, soms duizend jongeren, bij elkaar in het halve donker. Een plek waar je redelijk anoniem zou kunnen pionieren.

De spreker van die avond was een artistieke en authentieke persoonlijkheid. Wat mij verbaasde, omdat ik zulke mensen weinig ben tegen gekomen tijdens mijn onderzoek. Hij had een eenvoudige preek, en wijkte regelmatig af naar een mop of een leuke anekdote.

In eens begon hij: “Heeft er iemand een zilverkleurige auto gekocht?” Een jongen stond op. Dit verbaasde me niet, want we waren met zevenhonderdvijftig jongeren en in één van de rijkste omgevingen in Nederland. Niet erg onder de indruk dus.

“Iemand heeft heel erg last van zijn maag…”, er stond weer iemand op. Er ging een gebedsteam op af. Moest er niet aan denken dat er zo’n team naar mij toe ging. Een stel vreemde mensen die op je af rennen, om je heen gaan staan en in vreemde klanken beginnen te bidden.

Ik begon te rekenen: “Het is acht-negen uur. Twee-drie uur geleden heeft iedereen gegeten. Er zal er toch wel eentje last van zijn maag hebben.” Gewoon een gok dus.

Ik voelde iets in de atmosfeer.

Toen gebood hij ons op de knieën te gaan voor Jezus. Daar ging iedereen. Honderden jongeren in het halve donker gingen knielen voor Jezus. Ik wilde niet te veel opvallen. Het is alleen niet fijn om op de knieën te gaan, als je er verschrikkelijke last van hebt. Maar er zat op dat moment weinig anders op.

Er gebeurde daarna ontzettend veel, maar heb veel gemist, omdat ik zat te draaien van de pijn. “Zal ik opstaan of niet”, ging het door mijn hoofd. “Ja, maar dat valt zo op.” Dus bleef ik zitten.

Eén zin trok me de aandacht:
“Iemand hier heeft al een tijdje een hele zere knie.”

Ik keek in het rond. Het was moeilijk om kritisch te blijven. Achter me, voor me en naast me. Er stond niemand op.

Ik keek even naar mijn moeilijke knielhouding. Ik verging van de pijn. Maar was vastbesloten om niet op te staan. Moest er niet aan denken dat er een gebedsteam op me afgestuurd zou worden.

In vol vertrouwen begon hij hardop te bidden:
“Vader in de hemel.Dank u wel Jezus, dat u niet alleen Redder bent, maar dat U ook een Genezer bent. En op dit ogenblik, die kniekap, of wat het ook is, in de naam van Jezus… Ik spreek genezing uit…”.

En op dat moment, in een seconde. Weg was de pijn.
Ik was verbijsterd. Nog niet van plan om op te staan en het gebedsteam op me af te laten komen, maar wel verbijsterd. Stil was het in mijn brein. Ik tikte mijn buurman aan. Vroeg of hij een geheimpje kon bewaren. En dat kon hij.

Daarna heb ik mijn hart geopend. Een influx van pure liefde en energie stroomde naar binnen. Maanden achtereen heb ik goddelijke leiding, liefde en onderwijs ontvangen. God is goed.

Mag ik voor je bidden?

Vincent

Inleiding
Van begin april 2005 tot en met eind juni 2005 deed ik voor mijn studie Culturele Antropologie en Ontwikkeling Sociologie onderzoek binnen een charismatisch evangelische kerk. In een eerder verhaal vertelde ik over een wonderlijke genezing van mijn knieën, wat er voor zorgde dat ik mijn hart durfde te openen en de liefde van God in mijn hart durfde toe te laten. Hiervóór hebben nog veel dingen plaatsgehad.

Baadt het niet, dan schaadt het niet
Nadat de officiële projectduur verstreken was, besloot ik op de eerste zondag van juli 2005 te gaan. Niet voor het onderzoek, maar voor mezelf. Op de ochtend van 3 juli 2005, sprak ik na de samenkomst met Marjolein. “Mag ik voor je bidden?”, vroeg ze aan mij. Zelf heb ik een geschiedenis bij de alternatieve geneeswijzen en het occultisme achter de rug. Een veel gebruikt toverwoord is daar “baat het niet, dan schaadt het ook niet”. Persoonlijk had ik geen zin in gebed. “Ik ben er voor mijn studie, niet om bekeerd te worden”, dacht ik. Toch bedacht ik Marjolein een kans te willen geven. Waarschijnlijk was het haar sterke vertrouwen dat gebed iets zou gaan doen bij mij, dat mij overhaalde. Ik ging op haar aanbod in, maar ik wilde tijdens het gebed natuurlijk niet door anderen gezien worden. Per slot van rekening, deed ik onderzoek.

Even later stonden we, samen met nog een andere jongen die ze erbij geroepen had, in een hoekje van de grote zaal te bidden. Ik speelde het spel mee, en stond met geopende handen in ontvangende houding hun gebeden aan te horen. Wat ze precies baden weet ik niet meer, maar er brak iets in me. Eerst dacht ik dat het puur emotie was, omdat mijn zogenaamd christelijke familieleden nooit persoonlijk voor me hebben gebeden, zelfs niet toen ik er om vroeg. Maar dit bleek meer dan emotie. Stromen water kwamen uit mijn ogen. Alle pijn en frustratie van de twintig jaar die ik achter de rug had, brak en viel van me af. Geen psycholoog of psychiater kan daar tegen op. Dat kan ik uit ervaring wel zeggen.

Toen ze gestopt waren met gebed, keek Marjolein enigszins verbaasd naar het resultaat. Ik zelf, ervaarde zoveel rust en vrede, en heb dat nog maanden lang daarna gevoeld, en jaren daarna nog.

Ik was schoongewassen. Bevrijdt van de misstappen die ik had begaan en de vele teleurstellingen die ik had opgelopen. Mijn leven was echt niet fijn meer, maar God had naar me omgezien door Marjolein.